Goed werk voor een eerlijke prijs

03 apr, 2017

Pensioen in de eigen BV

U hebt het afgelopen jaar regelmatig gehoord over de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer. Sinds 1 april 2017 is de wet van kracht. Dat betekent dat de eerste stap in het proces waarschijnlijk voor 1 juli gezet moet worden. Voor het overige hebt u tot 2020 de tijd. Al kan ik u wel aanraden hier zo snel mogelijk mee aan de slag te gaan.

In deze bijdrage zal ik eerst ingaan op het pensioen in eigen beheer, daarna op de mogelijkheden die de eerder genoemde wet biedt en vervolgens op de aandachtspunten waar u mee te maken krijgt.

Het pensioen in eigen beheer

De wet bood voor de directeur- groot aandeelhouder de prachtige mogelijkheid om binnen de eigen BV een pensioen op te bouwen. De BV mocht ten laste van de winst een voorziening vormen waaruit later een pensioenuitkering gedaan kon worden. U sloeg derhalve twee vliegen in één klap. Voor nu had de BV een mooie aftrekpost bij het bepalen van de winst en daarnaast had u uw pensioen mooi geregeld.

In de afgelopen jaren is de mooie aftrekpost al versoberd. Daarbij is er een enorm gat ontstaan tussen het bedrag dat de BV nodig heeft om de uitkeringen te doen en de voorziening die u er voor mag vormen.

Ook zijn er de afgelopen jaren steeds meer BV’s ontstaan waarbij het maar de vraag is of die pensioenuitkering die is toegezegd wel te realiseren is.

Daarbij zijn de kosten die gemaakt moeten worden om de voorziening te berekenen en de pensioentoezegging up to date te houden de pan uit gerezen.

Al met al een systeem dat aan een grondige onderhoudsbeurt toe is.

De mogelijkheden

Het belangrijkste dat in de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer wordt geregeld, is dat in de eigen BV geen pensioen meer opgebouwd mag worden. Wanneer dat nu nog wel het geval is, moet die toezegging voor 1 juli aanstaande stopgezet worden.

U hebt het recht op een bepaalde uitkering opgebouwd. Dit recht blijft in stand. U kunt ervoor kiezen om bij pensionering deze toegezegde uitkering uitbetaald te krijgen. De voorziening die de BV daarvoor nodig heeft kunt u jaarlijks uit laten rekenen. Hierbij blijft overigens het verschil bestaan tussen het bedrag dat fiscaal gezien is toegestaan en het bedrag dat u feitelijk nodig hebt. Door de lage rentestand is het benodigde bedrag veel hoger.

Er zijn ook twee alternatieven. In beide gevallen is de fiscale voorziening van belang. Hier kunt u op voortborduren, zonder dat de fiscus zal stellen dat er sprake is van afkoop. U dient wel een formulier in te vullen en tijdig te retourneren aan de belastingdienst.

U kunt er vervolgens voor kiezen om de voorziening af te kopen. Hierbij krijgt u uw toekomstige pensioenrechten direct uitbetaald tegen de fiscale waarde. Voor de bepaling van de verschuldigde loonbelasting wordt op de voorziening 34,5% in mindering gebracht. Ervan uitgaande dat de hele uitkering in de hoogste tariefschijf valt, leidt de korting tot een effectieve heffing van 34%. Die heffing moet wel direct afgedragen worden aan de belastingdienst.

Een andere mogelijkheid is dat de pensioenvoorziening wordt omgezet in een zogenaamde oudedagsverplichting (hierna: ODV). U houdt recht op een pensioenuitkering, zonder tegen het ingewikkelde rekenwerk van het pensioen in eigen beheer aan te lopen. De voorziening neemt jaarlijks toe met het zogenaamde u-rendement. Ook de uitkeringsfase wordt een stuk eenvoudiger. U kunt vanaf 5 jaar voor de AOW gerechtigde leeftijd tot 2 maanden na dit moment de uitkering in laten gaan. De einddatum ligt op 20 jaar na het ingaan van de AOW gerechtigde leeftijd.

De aandachtspunten

Ik wil vier punten noemen waar wel enige aandacht voor nodig is in het hele proces. Het gaat hier om extern verzekerde pensioenen, ontwikkeling van het inkomen in de toekomst, de partner en schenkingsrisico’s.

Extern verzekerde pensioenen

Het kan voorkomen dat een gedeelte van het toegezegde pensioen bij een verzekeraar is ondergebracht. Dit gedeelte van het pensioen kunt u gewoon voortzetten. U hebt nu ook nog de mogelijkheid om het extern opgebouwde bedrag naar eigen beheer over te hevelen. Of dit verstandig is, valt niet op voorhand te zeggen.

Ontwikkeling van het inkomen in de toekomst

Welke optie u ook kiest, uw pensioeninkomen wordt lager. Hebt u nu nog voldoende inkomen of moet u aanvullend iets regelen? Het doorkijken naar de toekomst zou uw keuze mede moeten bepalen.

Daarnaast speelt nog dat het wegvallen van de pensioenopbouw feitelijk uw salaris verlaagt. Past uw salaris nog wel binnen de wettelijke minimumnormen die de wet daaraan stelt?

De (ex) partner

In de meeste pensioenvoorzieningen zit ook een nabestaandenpensioen. Deze kan betrekking hebben op de huidige partner, maar ook op een voormalige partner. Wanneer u kiest voor afkoop of ODV, verlaagt u de pensioenaanspraak van de partner. Deze moet het dan ook eens zijn met de keuze. Dat betekent ook dat u voor de vermindering van de aanspraak aanvullende afspraken moet maken. Wanneer de partner niet mee wil tekenen, zit er niets anders op dan de opbouw stop te zetten en de pensioenaanspraak premievrij voort te zetten.

Schenking

Het omzetten in een ODV betekent dat het recht op pensioenuitkering deels vervalt. Uw partner geeft dus ook een deel van haar rechten prijs. Wanneer u niets regelt is dat in principe een schenking. Hierover bent u gewoon schenkbelasting verschuldigd. Ook wanneer de pensioenvoorziening in een BV van bijvoorbeeld de kinderen zit, kunt u een keuze maken waar de kinderen voordeel van hebben. Ook dan is sprake van een schenking.

Conclusie

Er valt veel te kiezen, maar wat is de juiste keuze? Daarbij liggen ook nog eens een aantal gevaren op de loer.

Al met al genoeg reden om u goed te laten begeleiden.

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam tegen te houden. Lees hier hoe jouw gegevens verwerkt worden.

naar boven