Goed werk voor een eerlijke prijs

17 jul, 2017

Een nieuwe richting in box 3

Voor veel vermogende particulieren is de vermogensrendementsheffing in de inkomstenbelasting een doorn in het oog. Een veel gehoorde klacht is dat de belastingheffing tegenwoordig hoger is dan het rendement. Daarom is met ingang van 2017 de heffing in box 3 al aangepast. Dit neemt het gemor echter niet weg. Daarom heeft staatssecretaris Wiebes begin juni een keuzedocument gepubliceerd. Hierin worden vier varianten geschetst.

In deze bijdrage wil ik nog een extra variant uitwerken. Voordat ik op variant vijf inga, wil ik graag eerst de huidige wetgeving en de varianten die gepresenteerd zijn, behandelen.

Box 3 nu

Vanaf 2001 kennen we de huidige wet inkomstenbelasting met zijn boxensysteem. Bij de introductie van de plannen voor de nieuwe wet, werd door de kenners box 3 verlekkerd de “pretbox” genoemd. Het werkelijke rendement lag immers veel hoger dan de 4% waar de wetgever het rendement op sparen en beleggen ging baseren.

Onder de heffing in box 3 vallen grofweg de volgende zaken: spaar- en kasgeld, aandelen en obligaties, onroerende zaken (andere dan de eigen woning) en vorderingen. Hierop kunnen eventuele schulden in mindering worden gebracht. Het saldo van deze bezittingen en schulden wordt boven een vrijgesteld vermogen van nu € 25.000 belast met 30% inkomstenbelasting.

Inmiddels is de wereld sinds de invoering 16 jaar en een financiële crisis verder. Door de sterk gedaalde rente op spaargeld, is met ingang van 2017 de wijze waarop het rendement wordt vastgesteld aangepast. Voor vermogens tot € 100.000 (per persoon) is het rendement lager geworden. Voor hogere vermogens is het forfaitaire rendement juist gestegen. Al met al liggen de forfaitaire rendementen nog steeds boven de marktrente.

De vier varianten van Wiebes

Dat zorgt ervoor dat er nog een herziening nodig is. Daarvoor heeft Wiebes vier varianten het ligt laten zien.

Variant A: vermogensaanwasbelasting

In variant A wordt over aandelen, obligaties en overige vorderingen de vermogensaanwas belast. Bij de overige in box 3 opgenomen bezittingen worden de reguliere voordelen (bank- en spaartegoeden) of een forfaitair rendement (onder andere onroerende zaken) belast.

Een heel ingewikkeld stelsel waarin veel van banken en belastingdienst wordt gevraagd. Daarom vindt Wiebes deze variant niet gewenst.

Variant B: vermogenswinstbelasting

In variant B worden over aandelen, obligaties en overige vorderingen de vermogenswinsten en reguliere voordelen belast. Bij de overige in box 3 opgenomen bezittingen worden de reguliere voordelen (bank- en spaartegoeden) of een forfaitair rendement (onder andere onroerende zaken) belast.

Deze variant heeft dezelfde nadelen als variant A en wordt daarom ook afgeraden.

Variant C: de individuele vermogensmix

Hierin wordt het vermogen in box 3 in zes onderdelen gesplitst. Vervolgens wordt het inkomen uit sparen en beleggen vastgesteld door het gemiddelde rendement per categorie persoonlijk toe te passen. Door het moment waarop het inkomen wordt bepaald aan het begin van het kalenderjaar te laten, is aan het begin van het jaar al duidelijk hoe hoog het inkomen zal zijn.

Het grote nadeel van deze variant vindt de heer Wiebes het risico dat op de peildatum de categorie met het laagste rendement wordt opgezocht om zo tot een lage belastingheffing te komen. Dit risico wordt als groot ervaren en daarom wordt ook deze variant afgeraden.

Variant D: Box 3 1.2

Waar de andere varianten allemaal al een naam hebben gekregen, heeft deze dat nog niet. De eerste drie zijn namelijk al in een eerdere studie op tafel gelegd. Deze variant is nieuw. Daarom heb ik hem maar de naam “box 3 1.2” gegeven. Waarom? De oorspronkelijke regeling was uiteraard 1.0. De splitsing in rendementscategorieën die vanaf 2017 geldt, is 1.1. Omdat deze variant heel sterk voortborduurt op de huidige regeling, is het voor mij 1.2.

In de eerste plaats is het idee om het vrijgestelde vermogen te verhogen naar € 30.000 of € 35.000. Daarnaast is het idee om in de eerste schijf alleen met het rendement op sparen te werken en de hoogte van de spaarrente te baseren op het jaar t-2 in plaats van een langjarig gemiddelde. Deze maatregelen leiden tot een verlaging van de belastingopbrengsten.

Daarom moet er meer gebeuren. Er kan nog gekeken worden naar een oplopend tarief, minder of meer vermogensschijven en/of één rendementspercentage dat aansluit bij het rendement op spaargeld. Ook kan nog gekeken worden naar de mogelijkheid om de grondslag te verbreden. Hierbij wordt als voorbeeld genoemd het verder beperken van de aftrek van schulden.

Variant vijf

Mijn variant komt het dichtst in de buurt van variant C. Ik zie ook het meest in het splitsen van vermogenscategorieën. Naar mijn mening valt het risico om de peildatum te omzeilen wel mee. De meeste vermogende mensen zijn op leeftijd en risicomijdend. Die zullen niet actief zoeken naar de laagste belastingheffing. Wel moet dit risico voor de “grensarbeiders” wel voorkomen worden.

Mijn voorstel is om een tweedeling te maken in het vermogen. Aan de ene kant zijn er de banktegoeden en contant geld. Deze kunnen belast worden op basis van het gemiddeld rendement op spaargeld in het jaar t-2. Het rendement op de categorieën aandelen en obligaties, vorderingen en onroerende zaken kan op 4% gesteld worden. Hierbij moet voor de verhuurde woningen wel de huidige leegwaarderatio in stand blijven. Doen we dat niet dan zijn werkelijk rendement en forfaitair rendement niet in evenwicht. Ook schulden kunnen tegen 4% in de grondslag meegenomen worden.

Hier komt een inkomen uit sparen en beleggen uit. Voor zover dit boven de € 200 ligt, wordt er 30% inkomstenbelasting geheven. Wanneer ik dat verpak in een cijfervoorbeeld, gebeurt het volgende:

vermogenssoort bezit rendement inkomen
Banktegoeden 150.000 0,20% 300
Aandelen en obligaties 250.000 4,00% 10.000
Onroerende zaken 650.000 4,00% 26.000
Vorderingen 200.000 4,00% 8.000
Totaal bezittingen 44.300
Af: schulden 175.000 4,00% -7.000
Inkomen in box 3 37.300
Af: vrijstelling 200
Belastbaar inkomen in box 3 37.100
Belastingheffing 30,00% 11.130

Over het totale vermogen in dit voorbeeld is 1,04% inkomstenbelasting verschuldigd.

Uiteraard zijn er mensen die de grenzen opzoeken. Die moeten ontmoedigd worden. De oplossing die ik daarvoor zie is dat de banken de banksaldi op de eerste dag van ieder kwartaal doorgeven aan de fiscus. Aan de hand van dit saldo kan de fiscus bij de aangifte, naar ik aanneem geautomatiseerd, beoordelen of nadere actie nodig is. Het is in dat geval aan de belastingplichtige om aan te tonen dat de verschuiving in het jaar veroorzaakt wordt door rationeel handelen. Lukt dat niet dan wordt de heffing in box 3 bepaald op de verdeling in het voor de fiscus meest gunstige kalenderkwartaal. Ook hiervoor dient, indien nodig, de belastingplichtige de feiten aan te leveren op straffe van schatting door de fiscus. De verhoging van de grondslag ten opzichte van de peildatum op 1 januari zou vervolgens ook nog met 40% belast kunnen worden.

Dit zal inderdaad iets meer toezicht vragen, maar het risico dat de belastingplichtige loopt gecombineerd met het werk dat hij zal moeten doen, zal de verleiding tot het schuiven met zijn vermogen al fora verminderen. Daarnaast betaalt de extra controle zichzelf.

Afsluitend

Uiteraard kan ik hier niet een volledig herzieningsverhaal kwijt. Daarom kies ik voor de grote lijn. Het voldoet in mijn ogen aan de eisen van eenvoud en uitvoerbaarheid. Ook valt belastingontwijking op een goede manier aan te pakken.

Het hete hangijzer zal zijn dat de schatkist een veer moet laten. Bij alles wat we doen is budgetneutraliteit tenslotte het toverwoord. Wanneer we alleen naar box 3 kijken, dan hebben we een probleem. Wanneer we die scope breder trekken tot bijvoorbeeld de hele wet inkomstenbelasting, of nog liever inclusief de herziening van de pensioenen en toeslagen, dan wordt het al eenvoudiger. En anders moeten we nog breder gaan kijken.

Zet de rechtvaardigheid van de heffing nu eens centraal in plaats van het budget. Dat scheelt ook weer wat wetswijzigingen en die zijn ook niet gratis…

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked *

naar boven